Twee teams. Om de beurt legt één speler woorden uit aan zijn eigen team.
Je hebt 30 tot 60 seconden. Hoe meer woorden je team raadt, hoe meer punten. Wissel elke beurt van uitlegger.
Elke kaart heeft twee woorden. Jij kiest er één.
Geraden? Tik op dat woord en je krijgt meteen een nieuwe kaart. Overslaan kan niet.
Uitleggen mag alleen met woorden van één lettergreep.
Het woord zelf of een stuk ervan zeggen mag nooit.
Fout? De tegenpartij roept BONK! Dat kost een punt en je krijgt een nieuwe kaart.
Fout is: een woord van twee of meer lettergrepen, of (een stuk van) het woord op de kaart zeggen. Twijfel? Klap mee: één klap is één lettergreep.
Tijd op? Dan is het andere team aan de beurt.
Doel gehaald? Speel je beurt gewoon uit, elk punt telt. Daarna krijgt het andere team nog één volle beurt om je in te halen. Wie na die ronde de meeste punten heeft, wint.
Opgerolde krant erbij om echt te bonken? Mag. Wel zacht.